Morgenavond speelt Club Brugge in het eigen Jan Breydel tegen Roeselare. Aanvallen is dus de boodschap én doel­punten maken, liefst zo veel mogelijk. En dan zijn alle ogen op één man ge­richt: Dorge Kouemaha. De Kameroense bonk kan immers voor de zesde match op rij scoren en is samen met Lukaku dé sensatie van dit seizoen. En toch is de zelf bewuste Kouemaha al 26. «Dat het in mijn carrière niet vanzelf ging, heeft me sterker gemaakt.»

Op dit moment is Dorge Kouema­ha de onbetwistbare nummer één in de Brugse aanval, maar voor hetzelfde geld was hij nu volleyballer (hij had ook in die sport veel talent), bewerkte hij hout in zijn thuisland (hij kocht een houtfabriekje voor zijn fami­lie) of speelde hij in het Constant Vanden Stock-stadion (Ander­lecht nam hem niet na een rotslecht scoutingsverslag). Niet toevallig verliep de carrière van de spits uiterst grillig.

Zijn eerste club in Europa was het Griekse Aris Thessaloniki, waar hij in januari 2005 arriveerde. Maar scoren lukte er niet, hij werd niet betaald en keerde te­rug naar Kameroen. Om er zijn conditie te onderhouden, niet om op te geven, want zo steekt Koue­maha niet in mekaar. «Ik weet hoe hard het echte leven is», legt hij uit. «Het voetbal is een kans om dat leven iets gemakkelijker te maken. Dus als je talent hebt, moet je er ook alles doen om het waar te maken.»

En dus trok hij naar Tatabanya, in Hongarije. «Het is moeilijk om uit Afrika weg te geraken, zeker als je nog geen grote naam hebt, en dan moet je elke kans grijpen», legt STVV­-spits Ibrahim Sidibe de keuze van zijn beste vriend uit. «Of dat dan bij kleine ploegen in Griekenland of Hongarije is, maakt niet uit.»

Kouemaha: «Hongarije was een opportuniteit én ik kreeg een duwtje in de rug van mijn familie. Niet dat ze me onder druk zetten, maar je weet dat ze met z'n allen naar jou kijken om het waar te maken. In het begin had ik het best zwaar. Maar na een tijdje be­gon het vlot te lopen.»

Sterchele

Een understatement, want in 2006-2007 behoedde Kouemaha het zwakke Tatabanya met twaalf goals op zijn eentje voorde degra­datie. «Ik wist dat die club niet mijn niveau was, dus deed ik er al­les aan om te tonen dat ik beter was dan de rest», aldus Kouema­ha. «Dat is iets wat ik al heel mijn carrière doe.»

Met succes, want het seizoen daarna belandde hij bij kampioen Debrecen, waar hij met Sidibe de aanval vormde. Na 14 goals bij Debrecen en nog eens 14 bij de Duitse tweedeklas­ser Duisburg, zit Kouemaha dit seizoen bij Club al aan 12 goals. «Hij is één van de beste spitsen van België», vindt de Brugse sportmanager Luc Devroe. «Onze eigenste Lukaku, maar dan tien jaar ouder. En er zit nog 'rek' in. Dat hij drie verschillende seizoe­nen op rij rond de 15 goals bleef maken, was trouwens één van de redenen om hem te halen. Op dat vlak is hij te vergelijken met François Sterchele. Die ging ook tel­kens een niveau hoger en bleef ook presteren. Dorge is gewoon een laatbloeier.»

Pas op zijn achttiende koos Koue­maha definitief voor het voetbal en pas op zijn twintigste ging hij in de spits spelen. «Dat het in mijn carrière niet vanzelf ging, heeft me sterker gemaakt», zegt hij daar zelf over. Dat blijkt ook in Brugge. Kouema­ha wordt er aanzien als een gemakkelijke jongen om mee te werken, collegiaal ook.

«Al denk ik niet dat hij zó gemakkelijk is», meent Devroe en hij wordt daarin bijgetreden door Kouemaha zelf. «Ik hou van het leven en ik amu­seer me graag, zeker met de ploegmaats. Maar wel maar tot op zekere hoogte», aldus 'Koue', die in Brugge woont met vrouw en dochter Belleville (7). «Als je ergens wil raken, moet je serieus kunnen zijn ook. Voetbal is mijn job en als ik voel dat die in gevaar komt, dan ga ik vechten. Daarom ook dat ik mijn onvrede uitte over mijn bankzitterstatuut. Als ik op de bank zit voor iemand die beter is, ok, maar in het andere geval hoef ik niet bescheiden te zijn.»

J.Bron: Het Laatste Nieuws - 13/03/10