In bestuurskringen waait na een moeilijk seizoenslot weer de frisse wind van het optimisme. De nieuwe commerciële man Patrick Orlans kreeg op de traditionele persconferentie een hele zaal aan het vlaggenzwaaien, ongekend voor het bedaarde Club. Coach Koster moet ervoor zorgen dat die ambiance ook op het veld overslaat. Tijdens de voorbereiding waren er al wat brandjes: Stijnen weigert nog langer de aanvoerdersband te dragen, Hoefkens moet die overnemen. Dirar werd dan weer naar de B-kern verwezen.
Vooralsnog lijkt het de sfeer niet te kunnen verbrodden. Integendeel, de vaste pionnen raken steeds beter op elkaar ingespeeld, want het team is nauwelijks gewijzigd. De naar Wigan vertrokken Alcaraz laat centraal achterin een leemte, maar Club heeft ook heel gericht ingekocht. Met een rechtse uppercut moet blauw-zwart weer baas worden in de boksring.
Marcos Camozzato moet het probleem op de rechtsachter oplossen, Wilfried Dalmat kan op de positie voor hem net zo goed voor een meerwaarde zorgen. Al zal dat eerst nog wat tijd vergen. Omdat hij vorig jaar niet veel speelde, moet zijn diesel nog op toerental komen. Maar Dalmat is wel een balvaste man voor de flank en daar heeft Club nood aan. Niet toevallig ook twee transfers komende van Standard: de Luiks-Brugse band is tegenwoordig vrij innig.
Ryan Donk kan eindelijk op de hem zo geliefkoosde plek centraal in de defensie spelen. Er is dus geen ruimte meer voor excuses, de Nederlander staat voor het jaar van de waarheid. Samen met Hoefkens moet hij een vast duo vormen, al is de momenteel geblesseerde Simaeys zeker een alternatief. Op links blijft de vertrouwde Klukowski overeind.
Vadis Odjidja is de steunpilaar op het middenveld. Zijn talent wil Club vroeg of laat verzilveren. Ondertussen kan hij rustig verdelen en heersen bij Club. Met Blondel en Geraerts heeft hij de perfecte aanjagers rond hem.
Hamvraag blijft hoe Koster voorin zal spelen. Stefan Scepovic, een jonge Serviër die werd overgenomen van Sampdoria, is een wissel op de toekomst. Kouemaha is een stevige diepe spits, allicht krijgt hij iemand in steun rond hem. Keuze zat voor de Nederlandse coach. Vargas is geknipt voor de rol van hangende spits, Perisic kan dan met zijn loopvermogen als infiltrant mee voor doel opduiken. Een 4-4-2 dus, maar ook een 4-3-3 is perfect mogelijk. Dat soort variaties moet Koster helpen om de verdedigende tegenstand net iets sneller op te rollen. De Nederlander liet al doorschijnen dat hij zijn offensieve concept nooit zal verloochenen.
Maar het mooie voetbal moet dit seizoen ook gepaard gaan met resultaten. Weet maar dat de honger groot is in de Brugse bestuurskamer.
J,Bron: Het Nieuwsblad - 30/07/10