Het absolute piepkuiken van de Belgische keepers is Thomas Kaminski (17), zijn tegenpool is dé veteraan van eerste klasse, Geert De Vlieger (38). Zondag staan de doelmannen tegenover mekaar: het jonge aanstormende talent tegenover het relikwie uit een andere tijd.
Een leeftijdsverschil zit hem in kleine dingen. Zo zweert Geert De Vlieger bij zwart schoeisel, maar zal de jongste doelman van eerste klasse zondag met roze schoenen in doel staan. En de doelman van Club Brugge keek in zijn jonge jaren op naar Michel Preud'homme, maar die zag Thomas Kaminski nooit aan het werk. Een van zijn stichtende voorbeelden was... Geert De Vlieger, toevallig ook in Dendermonde geboren.
'Ik heb zelfs nog steeds een artikel van Geert De Vlieger op mijn kamermuur hangen', vertrouwt Kaminski ons toe, nog voor zijn collega taverne De Bierboom in Lebbeke zal binnenwaaien. 'De titel was: Alle doelmannen blunderen (behalve Jean-Marie Pfaff) naar aanleiding van een fout van Geert tegen Polen. Ik ging zelfs naar wedstrijden van de nationale ploeg kijken. Vooral zijn opwarming, lange tijd zonder bal, vond ik speciaal. Ik keek ook op naar Buffon, nu Casillas. In België Bailly, Bolat en Proto.'
De Vlieger ploft zich neer, bestelt een koffie en treedt Kaminski bij. 'Van de doelmannen die ik bij de nationale ploeg heb zien passeren, vond ik Bailly ook de beste. Puur technisch dan. Over de rest kan ik niet oordelen.'
Kaminski: 'Met mijn papa kijk ik veel naar beelden van doelmannen. Italiaanse keepers, de Engelse competitie. En ik lees boeken over doelmannen. Van Jean-Marie Pfaff en nu over Jens Lehmann. Maar da's in het Duits, niet gemakkelijk. Ik ontmoette hem bij Arsenal: zijn mentaliteit is ongelooflijk. Voetbal, voetbal en nog eens voetbal.'
Zou je de wedstrijden van Preud'homme niet eens moeten bekijken?
De Vlieger: 'Dat doe je alleen uit nostalgie want het is een andere sport. Als ik nu mijn eerste matchen van twintig jaar geleden terugzie: ik erger me dood. Als het 1-0 stond na een halfuur, begon je al tijd te winnen. Je rolde de bal naar de verdediger, je kreeg hem terug, raapte hem op, liet hem eens botsen. Alles mocht.'
Kaminski: 'Dat heb ik nooit meegemaakt. Amai, ik zou dat niet kunnen.'
De Vlieger: 'De bal oprapen is nochtans gemakkelijker dan hem wegshotten. Daarom leerden wij ook niet meevoetballen. De keepersopleiding bij Beveren was hoog aangeschreven maar daar trainden we nooit op. Terwijl het later in Nederland extreem was: bij Willem II werd ik op training als een veldspeler beschouwd.'
Kaminski: 'Ik heb nog met Danny Vandevelde gewerkt van Cercle Brugge en met hem trainde ik een jaar op voetenwerk omdat het een zwak punt is. Bij Germinal Beerschot ook, daar nemen wij deel aan wedstrijdjes.'
Is de opleiding van doelmannen veel verbeterd?
De Vlieger: 'Het zal wel. Ik heb pas op mijn twaalf jaar mijn eerste keeperstraining gehad, terwijl zesjarigen bij tweedeprovincialer SK Lebbeke nu al keeperstraining krijgen. (bedenkt zich) Ik word eigenlijk echt oud, hé. Dertig jaar geleden was daar amper sprake van.'
Kaminski: 'In Asse ging ik in augustus altijd een weekje op keeperstage. Met Daniel Zitka.'
De Vlieger: 'Zie, dat bestond vroeger niet. Ga maar in de goal staan jij, zo werd een doelman bekeken.'
Tristan Peersman loofde vroeger de trainingstechniek van René Cool bij Beveren: met een jas waar 15 kilogram zand in zat de tribunes op en af lopen. Welk nut heeft dat?
Kaminski: 'In mijn opleiding moest ik ook vaak de tribunes op en af lopen. Voor de beenspieren vond ik dat goed. Ik teerde vroeger veel op mijn lengte en daar had ik wel iets aan. Bij Germinal Beerschot doen we ook zweefoefeningen die ik als jonge keeper wel nuttig vind.'
De Vlieger: 'Zweven zit er bij mij niet meer in. Ik ben al blij als ik de bal haal. (lacht) Ik zie soms halve circusnummers op keeperstrainingen. Terwijl de basics volstaan: positie kiezen, hoe je een bal moet vastpakken. Training is herhaling en nog eens herhaling. Ik kon vroeger geen bal stampen met links, nu wel.
In Beveren leverde Vic Behiels destijds doelmannen af die bijna allemaal in eerste of tweede klasse terecht kwamen: Filip De Wilde, Dirk Rosez, Yvan De Wilde, ik. Omdat Beveren goed scoutte, maar vooral omdat hij er meer tijd en moeite in stak.'
Ben je blij dat je geen 17 meer bent, Geert?
De Vlieger: 'Ik ben blij dat ik 17 ben geweest, maar keepen wordt leuker naarmate je ouder wordt. De stress is minder groot. Stress komt voort uit onzekerheid en onwetendheid, een gebrek aan ervaring dus.'
Hoe kanaliseer je de stress, Thomas?
Kaminski: '(droog) Voor mijn laatste examens had ik stress, nooit voor een match. Ik bekijk voetbal niet als mijn job. Het is mijn hobby. Dat idee wil ik vasthouden.'
De Vlieger: 'Dat is de juiste instelling. Ik zie mezelf hier in een jongere versie.'
Jouw ploeggenoot Pacovski zei vorig seizoen: 'Over vijf jaar is Kaminski de vaste doelman van de nationale ploeg'.
Kaminski: 'Dat is mooi, maar om dat te bereiken moet ik nog heel hard werken.'
'Flaters staan niet zijn woordenboek', zei je vader. Ben je bang van je eerste blunder, Thomas?
Kaminski: 'Ik heb al fouten begaan, maar nooit flaters. Je kan het allicht toch niet vermijden. Maar wie goed is, kan dat snel vergeten.'
De Vlieger: 'Je hoeft niet bang te zijn: het zal jou overkomen. Het overkomt iedereen en dat is een geruststelling. Kijk naar Kahn in de WK-finale in 2002. Ik heb met Beveren ook eens een schot van Michel De Wolf door mijn handen laten glippen. Het belangrijkste is dat je nadien weer verder kan.'
'Keeper zijn is een mentale kwestie: hoe ga je met nederlagen en flaters om. Dat je op maandagmorgen niet uit je bed durft komen en denkt: had ik maar een vak gekeerd. Maar het tegenovergestelde is even leuk. Dat je in je eentje de boel hebt rechtgehouden.'
Kaminski: 'Toen ik bij Arsenal op stage was, vroeg Jens Lehmann me om een halfuur mee te trainen. Ik hoop dat je me geluk brengt morgen, zei hij. De dag nadien tegen Fulham shotte hij de bal al na drie minuten in de voeten van een tegenstander. Direct een tegengoal.'
De Vlieger: 'Je hoefde niet meer meetrainen, zeker?'
Waarom trok je niet naar Arsenal?
Kaminski: 'Ze hadden een huis voor de familie, alles was geregeld maar het werd ons afgeraden. Ik zou er pas vijfde of zesde keuze zijn. De kans dat je daar een kans krijgt, is klein.'
De Vlieger: 'Op een bepaald moment moet je alles zelf kunnen ondervinden. Wat ik mijn eerste seizoen in als titularis bij Beveren heb opgestoken, daar doet een bankzitter vijf jaar over. Je kan beter de fouten maken op je 18de dan op je 25ste. Je moet al Casillas heten om op je 18de in het doel van Real Madrid te staan. Hij heeft meer dan 500 matchen met Real: mentaal moet die ongelooflijk sterk zijn. Hij is de sterkste.'
Casillas meet 182 centimeter. Is dat niet te klein?
De Vlieger: 'Wie uitzonderlijk getalenteerd is, kan dat opvangen. Hoe groot ben jij, Thomas?'
Kaminski: '1,88 meter.'
De Vlieger: 'Dat wordt stilaan de ondergrens. Ik ben 1,86 meter. Verdedigers en spitsen worden groter, je moet toch nog een beetje je mannetje kunnen staan.'
Heb je nog goede raad voor jouw jonge collega?
De Vlieger: 'Dat hij ervan moet genieten. Boskamp zei altijd - en ik denk daar nog vaak aan - er moet niets maar ik wil heel graag. Met die gedachte begin ik altijd aan een wedstrijd.'
P/Bron: Het Nieuwsblad